Sanders et al beschrijven
bedrijfscultuur als de gemeenschappelijke verstandhouding van de leden van een bedrijf met betrekking tot hoe het in hun onderneming
dagelijks toegaat. Het betreft hier het geheel van geschreven en ongeschreven regels dat het sociale verkeer tussen de medewerkers
van de onderneming onderling, als ook het verkeer met derden, kanaliseert en vorm geeft.
Uitingsvormen van cultuur
zijn symbolen, helden en rituelen.
Deze verwijzen naar
patronen van waarden en grondbeginselen, die veel dieper geworteld zijn dan symbolen, helden en rituelen en die het hart van
de cultuur vormen.
Symbolen zijn voorwerpen,
woorden of handelingen die, naast een dagelijkse betekenis, tot uitdrukking brengen wat de organisatie wil zijn of wil betekenen.
Symbolische zeggingskracht heeft de aard van huisvesting van een bedrijf, de kantoorinrichting en het kantooronderhoud, evenals
het taalgebruik en het soort humor. Ook geldt dit voor de portretten en afbeeldingen die men ziet, de kleding die men draagt
en de gehanteerde kenmerken van de status van organisatieleden.
Helden of anti-helden
zijn reële of imaginaire personen die de organisatieleden bewonderen of verafschuwen. Ideeën over helden verwijzen naar wat
binnen de organisatie of delen van de organisatie als wenselijk of onwenselijk wordt beschouwd.
Rituelen zijn sociale
gewoonten die voor de organisatieleden iets essentieels uitdrukken en die een context geven aan bepaalde gebeurtenissen. Rituelen
zijn onder andere verboden aan begroetingen, vergaderingen, gedragspatronen tijdens de lunchpauzes en aan het vieren van verjaardagen
en jubilea.
Waarden en grondbeginselen
horen bij elkaar. Waarden hebben een ‘gij-behoort’-karakter dat het waarnemen, denken, voelen en handelen van
de leden van de organisatie betreft: de leden ontlenen hieraan veel van hun oordelen over wat zij goed of slecht, mooi of
lelijk, rationeel of irrationeel vinden.
Het gaat hier om hun
oordeel binnen de bedrijfscontext.
Grondbeginselen vallen
samen met wat stilzwijgend voor waar wordt aangenomen. Het zijn de bedrijfsgebonden premissen die aan de basis liggen van
de eerder behandelde uitingsvormen.
Voor het achterhalen
van grondbeginselen en waarden lijkt bestudering van de geschiedenis van de organisatie van groot belang te zijn.
Onder andere in legenden
en verhalen ligt een schat aan gegevens hieromtrent opgeslagen.
Bron:
Sanders,
G., et al, Bedrijfscultuur: Diagnose en beïnvloeding, Van Gorcum, Assen, 2005, pag. 14-17