Drie globale participatiemodellen van Cressey en Williams zijn:
1. Participatie
als productieve kracht: Hierdoor wordt
goed gebruik gemaakt van de aanwezige kennis en kunde van medewerkers.
2. Participatie
als democratish principe: In deze benadering
ziet men participatie vooral als een middel om de behartiging van de belangen van de diverse partijen met elkaar in evenwicht
te brengen.
3. Participatie
als variabel som: Dit is een combinatie
van de bovengenoemde benaderingen. De belangen van de twee partijen management en werknemers mogen dan in eerste instantie
verschillend zijn, er zijn echter ook zeker overeenkomsten. Voor beiden kan participatie voordelen opleveren op het gebied
van motivaten, goede arbeidsverhoudingen, vorm van communicatie en informatie-uitwisseling.
Het feit dat de mogelijkheden tot inspraak en de intensiteit waarmee participatie
plaatsvindt toenemen naarmate de speelruimte voor veranderingen en bijstelling van de vormgeving van de nieuwe technologie
afnemen wordt de participatieparadox
genoemd.