Bij
geplande verandering kan beweging in gang worden gezet door het oude evenwicht (oude situatie) te ‘ontdooien’
(unfreeze) en vervolgens een nieuw evenwicht (gewenste situatie) te ‘bevriezen’ (refreeze). In de unfreeze-fase
beginnen mensen zich te realiseren dat er iets gaat veranderen. De emotionele gevoelsreacties die in deze fase thuishoren
zijn: twijfel, onzekerheid, ontkenning, irritatie en ongeduld. In de change-fase vindt de daadwerkelijke verandering plaats
doordat duidelijk wordt wat er moet gebeuren. Het is de fase waarin men vaak goed voor ogen krijgt hoe het probleem moet worden
aangepakt. Hier heersen gevoelens als perspectief, opluchting en optimisme. De refreezing-fase is ten slotte de fase van waaruit
de verandering wordt bestendigd en verankerd. Zaken worden afgemaakt en in gang gezet.
Veranderingen
volgens het hierboven beschreven schema hebben het karakter van een uitzondering: stabiliteit (freeze) is de norm, verandering
is een afwijking van die norm en vraagt om creëren van spanning (unfreeze).
Bron:
·
Zielstra, J., et al, !ACTIE!-model van veranderen,
Sturingsinstrumenten voor de manager (12), 2001