|
Zie ook de 'DHZ-leerstijlentest' onderaan deze pagina!
|

download jpeg
download powerpoint
Kolb
vat leren op als een proces dat, steeds weer, vier stadia doorloopt:
· fase 1: concreet ervaren
· fase 2: waarnemen en overdenken (reflecteren)
· fase 3: abstracte begripsvorming
· fase 4: actief experimenteren
Pas als alle fasen worden
doorlopen komt het leren echt op gang.
De fasen van de leercyclus
worden gewoonlijk in dezelfde volgorde, maar niet altijd vanuit hetzelfde beginpunt, doorlopen. Het kan ook bij andere fase
beginnen, zolang het maar de hele cyclus doorloopt. Alleen zo kan men tot gepersonaliseerde en betekenisvolle kennis komen.
Leertypen
Mensen zijn verschillend
in aanleg en voorkeur. Zij ontwikkelen voorkeuren voor bepaalde fasen uit de cyclus. Daar beginnen zij bij voorkeur of besteden
er de meeste tijd aan. Veel voorkomende typen lerende zijn:
· De activist drukt uit dat hij graag zaken aanpast aan de omstandigheden. Zijn stijl is een combinatie
van de fase actief experimenteren en concrete ervaring. Hij is genegen van alles, ook nieuwe dingen, uit te proberen en van
ervaringen te leren. Hij is bijvoorbeeld sterk is het trail-and-error leren.
· De observeerder bekijkt een gegeven situatie graag van allerlei kanten en evalueert. Zijn stijl is
een combinatie van de fase concrete ervaring en reflectieve observatie. Hij gedijt goed in een context die vraagt om reflectie
en het creëren van ideeën, die voorwaarden vormen voor verdere groei.
· De theoreticus neemt graag nieuwe dingen op en is geneigd om denkbeelden en theorieën te overdenken.
Zijn stijl is een combinatie van reflectieve observatie en abstracte begripsvorming. Hij kan vaak goed bottom up redeneren:
inductief.
· De pragmaticus legt zich graag toe op het uitvoeren of praktisch toepassen van ideeën. Zijn stijl
is een combinatie van abstracte begripsvorming en actief experimenteren. Hij functioneert in het algemeen goed in situaties
waarin de antwoorden op een vraag of problemen helder te definiëren zijn. De gerichtheid op toepassing leidt tot een voorkeur
voor deductieve logica.

download jpeg
download powerpoint
Bron: Nieweg, M., Leren volgens Kolb, publicatie Hogeschool van Amsterdam, 2006
| Deze vragenlijst
is bedoeld om je te helpen je eigen voorkeursstijlen te ontdekken. Vaak weten mensen van zichzelf wel welke voorkeuren ze
hebben, maar zijn ze zich er niet altijd van bewust. De vragenlijst helpt je zelf je eigen stijl(en) in kaart te brengen. |
| |
|
|
|
| De nauwkeurigheid
van de resultaten hangt af van de mate waarin je eerlijk bent tegenover jezelf. Er zijn geen goede of verkeerde antwoorden.
Beantwoord de vragen snel, zonder veel nadenken. |
| |
|
|
|
| Ben
je het meer eens met een uitspraak, plaats er dan een 'v' voor. |
| Als
je het meer oneens bent met een uitspraak, plaats er dan een 'x' voor. |
| |
|
|
|
| Nadat je
alle 80 vragen hebt ingevuld, tref je onderaan deze test een grafiek met jouw voorkeursstijlen aan. |

download de leerstijlentest van Kolb

Wil je het effect van een studie, training
of andere ontwikkeling op je leerstijlen meten en vergelijken?
Gebruik dan de evaluatieversie.
Eén tabblad met de test voorafgaand aan je ontwikkelingsperiode
en één tabblad met een evaluatietest. Op het laatste tabblad wordt in één grafiek een overzicht gegeven van je leerstijlen
voor en na een bepaalde periode. Wat is er veranderd en hoe kan je dat verklaren?

download leerstijlentest met evaluatiemogelijkheid
Tip bronvermelding:
Bij bronvermelding in eindopdrachten, scripties en ALP-en dien je normaliter
naast verwijzing naar de volledige url ook de datum van bezoek te vermelden.
Tevreden?
Wijs ook anderen op deze site.
Laat je verleiden!
De google-advertenties op deze pagina leiden je wellicht naar andere interessante
bronnen.
Succes!
|
Wat kan je met de uitkomst? Ontwikkelen!
Afhankelijk van uw beginpunt kan
een aantal van de volgende suggesties u te ambitieus lijken. Als dat zo is, kunt u deze verdelen in kleinere, haalbare stappen.
Omdat uw ontwikkelingsplannen op maat gemaakt moeten zijn voor uw omstandigheden, staan hier een paar suggesties die kunnen
dienen als nuttig uitgangspunt voor ideeën.
Ontwikkel uw activistenstijl
- Doe minstens elke week iets nieuws, dat wil zeggen iets wat u nog nooit
gedaan heeft. Ga carpoolen, bezoek een onderdeel van uw organisatie dat u verwaarloosd heeft, ga in uw lunchpauze joggen,
trek eens iets raars aan naar uw werk, lees een onbekende krant met een levensfilosofie die lijnrecht tegenover die van u
staat, zet de meubels in uw kantoor anders neer, enzovoort.
- Oefen het beginnen van een gesprek (vooral 'over koetjes en kalfjes')
met vreemden. Kies willekeurig mensen uit uw interne telefoongids en ga met hen praten. Dwing uzelf tijdens grote bijeenkomsten,
conferenties of feestjes om een gesprek te beginnen en gaande te houden met alle aanwezigen. Ga in uw vrije tijd langs de
deuren om te collecteren.
- Fragmenteer uw dag met opzet door elk half uur iets anders te gaan doen.
Maak de omschakeling zo divers mogelijk. Als u bijvoorbeeld een half uur denkwerk gedaan heeft, gaat u een mechanische routinetaak
doen. Als u een half uur gezeten heeft, staat u op. Als u gepraat heeft, houdt u nu uw mond, enzovoort.
- Dwing uzelf voor het voetlicht. Bied uzelf zo vaak mogelijk aan als vrijwilliger
om vergaderingen voor te zitten of presentaties te houden. Wanneer u een vergadering bijwoont, moet u uzelf de uitdaging stellen
om binnen tien minuten na aanvang van de vergadering een aanzienlijke bijdrage te leveren.
- Oefen hardop nadenken. Geef uzelf een puzzel op en probeer ideeën uit
op een collega (probeer samen in tien minuten vijftig ideeën te genereren). Speel met een aantal collega's/vrienden een spel
waarbij u elkaar een onderwerp geeft en daarover een onvoorbereide speech moet houden van minstens vijf minuten.
Ontwikkel uw observeerderstijl
- Oefen observeren, vooral tijdens vergaderingen met agendapunten waarbij
u niet direct betrokken bent. Bestudeer het gedrag van mensen. Noteer wie er het meeste aan het woord is, wie wie onderbreekt,
wat leidt tot meningsverschillen, hoe vaak de voorzitter samenvat, enzovoort. Bestudeer ook non-verbaal gedrag. Wanneer leunen
mensen voor- of achterover? Tel hoe vaak mensen iets benadrukken met een gebaar. Wanneer slaan mensen hun armen over elkaar,
kijken ze op hun horloge, kauwen ze op hun potlood, enzovoort?
- Houd een leerlogboek bij en noteer elke avond wat er gedurende de dag
gebeurd is. Reflecteer over de gebeurtenissen van de dag en kijk of u er conclusies uit kunt trekken. Noteer uw conclusies
in een logboek.
- Oefen evalueren na een vergadering of andere gebeurtenis. Ga de volgorde
van gebeurtenissen na. Stel vast wat goed ging en wat beter had gekund. Neem, indien mogelijk, een aantal gesprekken op en
luister het bandje minimaal twee keer af waarbij u zeer gedetailleerd evalueert wat er gebeurd is. Noteer wat u van deze activiteit
geleerd heeft.
- Geef uzelf iets te onderzoeken, iets dat het nauwgezet verzamelen van
gegevens uit verschillende bronnen vereist. Ga naar de bibliotheek en breng een paar uur door op de afdeling studieboeken.
- Oefen het schrijven van perfecte artikelen. Schrijf essays over verschillende
onderwerpen (iets wat u onderzocht heeft?). Schrijf ergens een rapport of paper over. Stel waterdichte beleidsuitspraken,
overeenkomsten of procedures op. Wanneer u iets geschreven heeft, moet u het een week laten liggen en het dan opnieuw bekijken
en uitgebreid herschrijven.
- Oefen het maken van lijstjes met voors- en tegens van een bepaald actieplan.
Neem een controversiële kwestie en stel evenwichtige argumenten op voor beide gezichtspunten. Als u met mensen bent die halsoverkop
actie willen ondernemen, moet u hen waarschuwen om over de opties na te denken en te anticiperen op de gevolgen.
Ontwikkel uw theoreticusstijl
- Lees minstens elke dag gedurende een half uur iets 'zwaars' dat tot denken
aanzet. Probeer bijvoorbeeld een studieboek over management te lezen. Wat u ook kiest om te lezen, probeer na afloop in uw
eigen woorden samen te vatten wat u gelezen heeft.
- Oefen het vinden van inconsistenties/zwakheden in de argumenten van anderen.
Onderstreep inconsistenties in rapporten. Analyseer organisatiediagrammen om overlappingen en conflicten op te sporen. Neem
twee kranten van verschillende overtuigingen en doe regelmatig een vergelijkende analyse van de verschillen in hun meningen.
- Analyseer een complexe situatie om precies aan te geven waarom deze zich
zo ontwikkeld heeft. Wat had er in welke fase anders gedaan kunnen zijn? De situaties kunnen uit het verleden zijn of uit
de actualiteit, of iets waar u persoonlijk bij betrokken geweest bent. U kunt bijvoorbeeld een gedetailleerde analyse maken
van hoe u uw tijd besteed heeft, of de personen noteren met wie u contact heeft, hoe vaak en met welke resultaten.
- Verzamel de theorieën, hypotheses en uitleg van anderen over gebeurtenissen;
dit kan gaan over milieukwesties, theologie, natuurwetenschappen, menselijk gedrag, alles - als het maar een onderwerp is
waar veel verschillende, bij voorkeur tegenstrijdige, theorieën over bestaan. Probeer de achterliggende vooronderstellingen
te begrijpen waar elke theorie op gebaseerd is en probeer gelijksoortige theorieën te groeperen.
- Oefen het structureren van situaties, zodat de kans groter is dat ze
verlopen zoals u voorspelt. Plan bijvoorbeeld een conferentie waar de deelnemers in verschillende groepjes gaan werken. Geef
de tijdsplanning, taken en plenaire sessies structuur. Of probeer een vergadering te structureren door een duidelijk doel,
een agenda en een gepland begin, midden en eind te hebben.
- Oefen het stellen van peilende vragen - het soort vragen dat grondig
op de kwestie ingaat. Weiger u te laten afschepen met gemeenplaatsen of vage antwoorden. Stel vooral vragen die bedoeld zijn
om precies te achterhalen waarom iets gebeurd is: 'Waarom neemt het verzuim toe?' 'Waarom roken er meer vrouwen dan mannen?'
'Wat is het verband tussen dit probleem en wat er vorige week gebeurd is?'
Ontwikkel uw pragmaticusstijl
- Verzamel technieken, dat wil zeggen praktische manieren om dingen te
doen. De technieken kunnen gaan over iets wat potentieel nuttig is voor u. Het kunnen analytische technieken zijn zoals kritieke-padanalyse
of kosten- batenanalyse. Het kunnen interpersoonlijke technieken zijn zoals transactionele analyse, of assertiviteits- of
presentatietechnieken. Het kunnen tijdbesparende technieken zijn of statistische technieken, of technieken om uw geheugen
te verbeteren, om om te gaan met stress en uw bloeddruk te verlagen!
- Concentreer u tijdens vergaderingen en discussies (zoals voortgangsbijeenkomsten,
probleemoplossingbijeenkomsten, planningbesprekingen, functioneringsgesprekken, onderhandelingen, verkoopgesprekken, enzovoort)
op het produceren van actieplannen. Maak er een goede gewoonte van een vergadering of discussie nooit te verlaten zonder een
lijst van acties voor uzelf of voor anderen, of beide. De actieplannen moeten specifiek zijn en er moet een deadline in staan
(bijvoorbeeld: 'Ik heb hoofdstuk 4 op 31 mei af', 'Frits schrijft voor 1 september een voorstel van twee pagina's over alternatieve
bonusprogramma's').
- Schep kansen om te experimenteren met een aantal van uw nieuwe technieken.
Probeer ze uit in de praktijk. Als er andere mensen betrokken zijn bij uw experiment, vertel hen dan openlijk dat u een experiment
uitvoert en leg de techniek uit die u gaat testen. (Dit vermindert gêne wanneer de techniek een flop blijkt te zijn!) Kies
een tijd en plaats voor uw experimenten. Vermijd situaties waarin veel op het spel staat en het risico op falen onacceptabel
hoog is. Experimenteer in routineomstandigheden met mensen wiens hulp of steun u kunt vragen.
- Bestudeer technieken die andere mensen gebruiken en spiegel uzelf aan
hen. Neem technieken over van uw chef, de chef van uw chef, uw collega's, uw medewerkers, bezoekende verkopers, interviewers
op de televisie, politici, acteurs en actrices, uw buren. Wanneer u iets ontdekt wat ze goed doen - probeer ze dan te evenaren.
- Onderwerp uzelf aan een nauwkeurig onderzoek door 'experts', zodat ze
uw techniek kunnen bekijken en u kunnen coachen om deze te verbeteren. Laat bijvoorbeeld een goede presentator feedback geven
over uw presentatietechnieken. Dit is het equivalent van een coachingsessie met een professionele golfspeler.
- Onderneem een 'doe-het-zelf' project - het maakt niet uit of u goed met
uw handen kunt werken of niet. Pragmatici zijn praktisch en, al is het maar voor praktische doeleinden, doe-het-zelven helpt
u een praktische kijk te ontwikkelen. Renoveer een meubelstuk, hang een plank op. Bereken op het werk af en toe uw eigen statistieken
in plaats van af te gaan op de uitdraai die u krijgt, onderzoek uw eigen organisatie en methoden, ga op zoek naar praktische
problemen die u kunt oplossen. Leer werken met een nieuw softwareprogramma, leer een vreemde taal.
De bovenstaande leerstijlentest is gebaseerd
op de onderstaande stellingen.
| 1 |
Ik heb een uitgesproken mening over wat goed en slecht
is. |
| 2 |
Ik doe vaak iets zonder na te denken over de mogelijke
gevolgen. |
| 3 |
Ik tracht problemen stap voor stap op te lossen. |
| 4 |
Ik ben van mening dat formele procedures en voorschriften
het gedrag van mensen dwangmatig maakt. |
| 5 |
Ik heb de reputatie een directe 'no-nonsense' stijl
te hebben |
| |
|
| 6 |
Ik vind dat acties gebaseerd op intuïtie vaak net zo
goed zijn als acties op basis van zorgvuldig nadenken en analyseren. |
| 7 |
Ik houd van het soort werk waarbij ik de tijd heb om
de onderste steen boven te krijgen. |
| 8 |
Ik vraag mensen regelmatig naar hun basisvooronderstellingen. |
| 9 |
Het belangrijkste is of iets werkt in de praktijk. |
| 10 |
Ik zoek actief naar nieuwe ervaringen. |
| |
|
| 11 |
Als ik over een nieuw idee of benadering hoor, begin
ik onmiddellijk te werken aan een toepassing in de praktijk. |
| 12 |
Ik hecht veel belang aan zelfdiscipline zoals gezond
eten, regelmatige lichaamsbeweging, vasthouden aan bepaalde routines, enzovoort. |
| 13 |
Ik stel er eer in iets grondig en systematisch te doen. |
| 14 |
Ik kan het best opschieten met logische, analytische
mensen en minder met spontane, irrationele mensen. |
| 15 |
Ik ben voorzichtig met de interpretatie van beschikbare
gegevens en vermijd overhaaste conclusies. |
| |
|
| 16 |
Ik houd ervan doordacht tot een beslissing te komen
na afweging van vele alternatieven. |
| 17 |
Ik voel me meer aangetrokken tot nieuwe ongebruikelijke
ideeën dan tot praktische. |
| 18 |
Ik houd niet van iets dat onaf is en geef er de voorkeur
aan dat dingen passen in een samenhangend patroon. |
| 19 |
Ik aanvaard en houd vast aan vastgelegde procedures
en richtlijnen zolang ik merk dat dit efficiënt is om het werk gedaan te krijgen. |
| 20 |
Ik houd ervan mijn acties in verband te brengen met
een algemeen principe. |
| |
|
| 21 |
In discussies houd ik en van rechtop mijn doel af te
gaan. |
| 22 |
Ik heb het liefst een afstandelijke, tamelijk formele
band met de mensen op mijn werk. |
| 23 |
Ik ben dol op de uitdaging iets nieuws en anders aan
te pakken. |
| 24 |
Ik houd van mensen die grappen kunnen waarderen en spontaan
zijn. |
| 25 |
Ik let zeer nauwkeurig op details alvorens tot een conclusie
te komen. |
| |
|
| 26 |
Ik vind het moeilijk om met ongebruikelijke, dolle ideeën
te komen. |
| 27 |
Ik vind het zonde van de tijd om ergens omheen te draaien. |
| 28 |
Ik waak ervoor om te snel tot conclusies te komen. |
| 29 |
Ik geef er de voorkeur aan om over zoveel mogelijk informatiebronnen
te beschikken, hoe meer gegevens om over na te denken, hoe liever. |
| 30 |
Oppervlakkige mensen die dingen niet serieus nemen irriteren
mij meestal. |
| |
|
| 31 |
Ik luister naar de mening van anderen voordat ik mijn
eigen mening naar voren breng. |
| 32 |
Ik ben tamelijk open over mijn eigen gevoelens. |
| 33 |
In discussies houd ik ervan de manoeuvres van anderen
te observeren. |
| 34 |
Ik reageer liever spontaan en flexibel op iets, dan
dingen van tevoren te plannen. |
| 35 |
Ik voel me aangetrokken tot technieken zoals: 'netwerkanalyse',
'stroomdiagrammen','branching-programma's en waarschijnlijkheidsplanning. |
| |
|
| 36 |
Ik vind het vervelend als ik werk moet af raffelen om
een deadline te halen. |
| 37 |
Ik beoordeel iemands ideeën graag op hun praktische
waarde. |
| 38 |
Rustige, nadenkende mensen maken mij onrustig. |
| 39 |
Ik raak vaak geïrriteerd door mensen die zich onbesuisd
ergens instorten. |
| 40 |
Het is belangrijker van het heden te genieten dan te
denken over het verleden of de toekomst. |
| |
|
| 41 |
Ik denk dat beslissingen gebaseerd op een grondige analyse
van alle informatie, gezonder zijn dan beslissingen op basis van intuïtie. |
| 42 |
Ik ben tamelijk perfectionistisch ingesteld. |
| 43 |
Tijdens discussies draag ik veel ideeën bij die mij
zo ineens te binnen schieten. |
| 44 |
In bijeenkomsten geef ik praktische, reële ideeën. |
| 45 |
Regels zijn er om vaker wel dan niet overtreden te worden. |
| |
|
| 46 |
Ik geef er de voorkeur aan mij afzijdig te houden en
alle perspectieven te overwegen. |
| 47 |
Ik vind dikwijls zwakheden en tekortkomingen in de argumenten
van anderen. |
| 48 |
Over het algemeen spreek ik meer dan dat ik luister. |
| 49 |
Vaak vind ik betere en meer praktische mogelijkheden
om iets te doen. |
| 50 |
Ik vind dat geschreven rapporten kort, kernachtig en
ter zake moeten zijn. |
| |
|
| 51 |
Ik ben ervan overtuigd dat verstandig, logisch denken
uiteindelijk overwint. |
| 52 |
Ik bespreek liever serieuze zaken met mensen dan te
praten over koetjes en kalfjes. |
| 53 |
Ik houd van mensen die met beide benen op de grond staan. |
| 54 |
In gesprekken word ik ongeduldig als mensen met irrelevante
zaken en bijzaken komen. |
| 55 |
Wanneer ik een rapport moet schrijven, heb ik de neiging
een heleboel kladjes te maken voordat ik aan de eigenlijke versie toekom. |
| |
|
| 56 |
Ik houd ervan dingen uit te proberen om te kijken of
het werkt in de praktijk. |
| 57 |
Ik houd ervan op een logische manier antwoorden te vinden. |
| 58 |
Ik vind het fijn om veel aan het woord te zijn. |
| 59 |
In discussies vind ik dat ik vaak de realist ben die
de mensen bij het onderwerp houdt en wollige speculaties vermijd. |
| 60 |
Ik sta graag stil bij diverse alternatieven voor ik
mijn beslissing neem. |
| |
|
| 61 |
In discussies ben ik vaak het minst geëmotioneerd en
het meest objectief. |
| 62 |
In discussies ben ik meer geneigd mij op de achtergrond
te houden dan de leiding te nemen en veel aan het woord te zijn. |
| 63 |
Ik breng lopende activiteiten graag in verband met de
langere termijn en een ruimer kader. |
| 64 |
Als er iets misgaat, laat ik dat het liefst snel van
mij afglijden als iets waar ik van geleerd heb. |
| 65 |
Ik ben geneigd om wilde en dwaze ideeën af te wijzen
als onpraktisch. |
| |
|
| 66 |
Bezint eer ge begint' is het beste. |
| 67 |
Bij elkaar luister ik meer dan dat ik praat. |
| 68 |
Ik ben tamelijk hard tegen mensen die het moeilijk vinden
om iets logisch aan te pakken. |
| 69 |
Ik denk dat in de meeste gevallen het doel de middelen
heiligt. |
| 70 |
Ik vind het niet erg om de gevoelens van mensen te kwetsen
als het werk maar gebeurt. |
| |
|
| 71 |
Ik vind de formaliteit van eerst specifieke doelen stellen
en plannen uitstippelen, verlammend. |
| 72 |
Ik ben meestal de centrale figuur op een feestje. |
| 73 |
Ik doe alles wat nodig is om iets gedaan te krijgen. |
| 74 |
Ik verveel me snel met methodisch, gedetailleerd werk. |
| 75 |
Ik onderzoek graag de uitgangspunten, principes en theorieën
die aan zaken of gebeurtenissen ten grondslag liggen. |
| |
|
| 76 |
Ik ben altijd geïnteresseerd in wat anderen denken. |
| 77 |
Ik houd ervan dat vergaderingen systematisch verlopen
en dat de overeengekomen agenda wordt behandeld. |
| 78 |
Ik houd mij verre van subjectieve of omstreden onderwerpen. |
| 79 |
Ik geniet van drama en opwinding in een crisissituatie. |
| 80 |
Mensen vinden mij vaak ongevoelig voor hun gevoelens. |
|