In onderstaande casus staat beschreven hoe je
· kan omgaan met het formuleren van een plan van
eisen (en wensen);
· oplossingenvarianten beschrijft;
· de L-matrix toepast en
· de oplossing confronteert met de knelpunten.
Beleidsuitgangspunten informatiemanagement
In kader van informatiemanagement
hebben een tweetal sessies plaatsgevonden waarin de beleidsuitgangspunten met betrekking tot informatiemanagement voor ORG
XX zijn vastgesteld:
· ORG XX is vernieuwend in haar trainingsproducten en de presentatie ervan;
· ORG XX beschikt over een rijke leeromgeving;
· voor ORG XX is de klant en de markt leidend. Het betreft hier zowel de externe als interne klant.
Daar waar mogelijk komen activiteiten intern en extern tot stand in interactie met de klant en vindt zoveel mogelijk interactie
plaats met die klant;
· ORG XX volgt actief ontwikkelingen bij de klant;
· ORG XX beschikt over tevreden, kundige en vaardige medewerkers;
· ORG XX streeft zowel intern als naar haar klanten naar optimale kenniscirculatie;
· ORG XX beschikt over bedrijfzekere en betrouwbare systemen en informatie en werkt kostenefficiënt;
· de integratie tussen primaire en ondersteunende systemen binnen ORG XX is optimaal;
· de infrastructuur van ORG XX garandeert een maximale flexibiliteit en toegankelijkheid (‘any
time, any place, anywhere’);
· de informatie-infrastructuur binnen ORG XX is in hoge mate gestandaardiseerd.
De oplossingsvarianten zullen
onder andere langs de meetlat van deze beleidsuitgangspunten worden gelegd.
MoSCow
Op basis van het literatuuronderzoek,
documentenonderzoek, enquête, knelpuntenanalyse en oorzaak en gevolganalyse is de set eisen en wensen opgesteld.
Het proces van convergeren
en divergeren leverde het set van eisen en wensen op. De eisen en wensen zijn ingedeeld volgens de methode van Moscow. De
MoSCoW-methode is een wijze van prioriteiten stellen die populair is bij mensen
die DSDM gebruiken. DSDM is een projectmanagementsysteem dat specifieke in de branche van softwareontwikkeling wordt gebruikt.
MoSCoW staat voor:
Must
have – deze eis moet
in het eindresultaat terugkomen;
Should
have – deze eis is zeer gewenst;
Could
have – deze eis mag alleen aan bod komen als er tijd genoeg
is, en
Would
like to have - deze
eis zal nu niet aan bod komen maar kan in de toekomst interessant zijn (wens)
Uiteindelijk zijn het vooral
‘must have’-eisen geworden. De projectgroep meent dat de punten die terecht zijn gekomen in de knelpuntenanalyse
moeten worden meegenomen in het eisenpakket dat in het eindresultaat moet terugkomen.
Een aantal eisen zijn gesneuveld:
zij hebben geen plaats gekregen in het programma van eisen. Als belangrijkste argument geldt dat een aantal eisen concrete
ideeën omvatte als gebruik van leerscores en systematiek beoordelen.
Must have (wegingsfactor 4):
· duidelijke visie en doelstellingen met betrekking tot kennismanagement;
· betrokken management;
· betrokken medewerkers;
· zicht op cruciale kennis (toekomstig kennistekort);
· instrumentarium voor het faciliteren van kennismanagement;
· digitaal vaardige medewerkers;
· tijd beschikbaar;
· budget beschikbaar, en
· elementen van kennismanagement verwerkt in inwerkprogramma nieuwe medewerkers.
Schould have (wegingsfactor 3):
· systematische kennisoverdracht door vertrekkende medewerkers.
Could have (wegingsfactor 2):
· ontwikkeling kennisbanken in samenwerking met partners, en
· actieve bijdrage aan kenniscirculatie in sectoren waarin ORG XX actief is.
Would like to have (wegingsfactor 1):
· (geen)
Op basis van het literatuur-
en veldonderzoek zijn er drie oplossingsalternatieven geformuleerd:
· 0-variant: huidige situatie handhaven
· ontwikkelvariant: focussen op oorzaken en bottlenecks
· doorbraakvariant: kennismanagement bestempelen als strategisch instrument voor nu én de toekomst en
met interne en externe inzet een snelle ontwikkeling inzetten
0-variant
In het geval van de 0-variant
handhaven we de huidige situatie en worden er geen ontwikkelstappen gezet. Management en medewerkers focussen zich op hun
dagelijkse werkzaamheden. Tijd en geld hoeven niet beschikbaar te worden gesteld.
Onlangs is er een medewerkersonderzoek
uitgevoerd onder en gepresenteerd aan de medewerkers. Eén van de kritiekpunten op organisatorisch gebied is de onrust die
wordt veroorzaakt door veel veranderingen in relatief korte tijd in de organisatie door te voeren. Vanuit managementstandpunt
bezien zijn veel veranderingen het wegwerken van achterstallig onderhoud, medewerkers willen rust, zodat ze zich kunnen focussen
op hun dagelijkse werk.
De 0-variant brengt met zich
mee dat er niet weer een nieuw instrument in de organisatie wordt ingezet.
Ontwikkelvariant
In de ontwikkelvariant focussen
we ons op de oorzaken en bottlenecks in het kader van kennismanagement:
· ontbreken van een visie en doelstellingen op het gebied van kennismanagement
· kennismanagement heeft geen prioriteit
· het ontbreekt aan instrumentarium
· het ontbreekt aan een standaard-inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers
Awareness en visieontwikkeling
Kennismanagement moet hoog
op de agenda worden geplaatst, in eerste instantie van het management. ORG XX is een kennisintensieve organisatie, kennismanagement,
maar ook informatiemanagement en innovatiemanagement, moet volop de aandacht krijgen, wil ORG XX op langere termijn een rol
van betekenis kunnen blijven spelen. Kortom: kennisawareness.
Het verhoogde gevoel van
de noodzaak van kennismanagement is nodig om een visie en doelstellingen te ontwikkelen. Zoals blijkt uit het veldonderzoek
is het voor de trainers duidelijk dat kennis een belangrijk ingrediënt is binnen de bedrijfsvoering van ORG XX. Een visie
en doelstellingen zijn nodig als vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling van kennismanagement.
Om kennismanagement hoog
op de agenda te krijgen bij management en medewerkers en voor het ontwikkelen van visie en doelstellingen, stellen wij voor
dat er een aantal parallelle workshopsessies met gemengde groepen van management en medewerkers worden georganiseerd. In zijn
boek ‘Kennis in uitvoering’ beschrijft De Groot hoe deze workshopsessies eruit kunnen zien. Door deze workshops
neemt de awareness toe en kan een basis worden gelegd voor een visie en doelstellingen. De medewerkers zijn vanaf het begin
direct betrokken. Door de gemengde samenstelling van de groepen, kan het management vertrouwen opbouwen dat de trainers zelf
prima weten hoe zij het kennismanagement binnen hun vakgroepen moeten organiseren, zonder dat het management continu de vinger
aan de pols moet houden.
Faciliteren en inwerkprogramma
De twee bottlenecks zijn
veel meer van operationele aard. De ontwikkelvariant als oplossingsvariant gaat uit van de kracht van de professional. De
trainers van ORG XX zijn professionals, kenniswerkers, die, mits voldoende gefaciliteerd, uitstekend in staat zijn om kennismanagement
binnen hun eigen team vorm te geven. Het management moet hierin faciliteren en zo min mogelijk sturen. Hooguit een bedding
vormen om de rivier van kennis enigszins te leiden.
ORG XX is bezig met een omvangrijk
programma in kader van competentie- en performancemanagement. Vijftig van de honderdvijftig trainers moeten vertrekken, zodat
van onderop verjonging en verfrissing kan ontstaan. Juist de nieuwe medewerkers kunnen een belangrijke bijdrage hebben aan
kennismanagement. Door hen op te voeden met kennismanagement, ontstaat er een stroom waar de rest alleen maar bij aan kan
haken.
Doorbraakvariant
In de doorbraakvariant leggen
we de lat hoog en wordt met de inzet van externe partijen een doorbraak geforceerd, die moet leiden tot een voorsprong op
andere marktpartijen. De doorbraakvariant is gelijk aan de ontwikkelvariant maar dan in de gradatie pressure-cooking.
Deze aanpak leidt tot een
kortere doorlooptijd, waarschijnlijk een hoge investering en een beperkte betrokkenheid van medewerkers.
Selectie oplossingsalternatief
Voor de selectie van het
meest bruikbare oplossingsalternatief is gebruik gemaakt van een tweetal L-matrixen.
In de eerste tabel zijn de
beleidsuitgangspunten gewogen, in de tweede tabel het programma van eisen.
Horizontaal staan de drie
oplossingsalternatieven, verticaal de eisen en wensen. De cijfers in de kolom voor de eisen en wensen zijn de wegingsfactoren
die aan de eisen en wensen zijn toegekend, zoals beschreven in de paragraaf ‘MoSCoW’.
Per beleidsuitgangspunt/eis
is aangegeven in hoeverre het oplossingsalternatief voldoet:
· 9 – voldoet in hoge mate
· 3 – voldoet in zekere mate
· 1 – is enigszins van toepassing
· 0 – niet van toepassing
De keuze voor de wegingen
0, 1, 3 en 9 is arbitrair. Ons inziens worden hiermee de verschillen tussen de oplossingsvarianten duidelijker gemarkeerd.
Met betrekking tot de L-matrix
inzake de beleidsuitgangspunten is de weging per beleidsuitgangspunt even zwaar. Echter het beleidsuitgangspunt ‘ORG
XX beschikt over bedrijfzekere en betrouwbare systemen en informatie en werkt kostenefficiënt’ moet volgens de projectgroep
worden gezien als twee aparte beleidsuitgangspunten. Om pragmatische redenen heeft ieder beleidsuitgangspunt de wegingsfactor
2 gekregen en is het bovengenoemde beleidsuitgangspunt gesplitst in twee uitgangspunten maar is de wegingsfactor 1 gehanteerd.
|
|
alternatieven |
alternatief 1 |
alternatief 2 |
alternatief 3 |
|
weging |
beleidsuitgangspunten |
|
|
|
|
|
|
|
2 |
vernieuwend in trainingsproducten |
1 |
2 |
3 |
6 |
3 |
6 |
|
2 |
rijke leeromgeving |
1 |
2 |
1 |
2 |
1 |
2 |
|
2 |
klant en markt leidend |
3 |
6 |
3 |
6 |
3 |
6 |
|
2 |
klantrelatiemanagement |
3 |
6 |
3 |
6 |
3 |
6 |
|
2 |
vaardige medewerkers |
1 |
2 |
3 |
6 |
1 |
2 |
|
2 |
optimale kenniscirculatie |
1 |
2 |
3 |
6 |
3 |
6 |
|
1 |
bedrijfszekere en betrouwbare systemen |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
1 |
kostenefficiënt |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
2 |
integratie primaire en onderst. systemen |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
2 |
maximale flexibiliteit en toegankelijkheid |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
2 |
standarisering |
1 |
2 |
1 |
2 |
1 |
2 |
|
|
totaal |
|
23 |
|
35 |
|
31 |
L-matrix beleidsuitgangspunten
|
|
alternatieven |
alternatief 1 |
alternatief 2 |
alternatief 3 |
|
weging |
eisen en wensen |
|
|
|
|
|
|
|
4 |
duidelijke visie en doelstellingen |
0 |
0 |
9 |
36 |
9 |
36 |
|
4 |
betrokken management |
0 |
0 |
9 |
36 |
9 |
36 |
|
4 |
betrokken medewerkers |
0 |
0 |
9 |
36 |
3 |
12 |
|
4 |
zicht op cruciale kennis |
0 |
0 |
9 |
36 |
9 |
36 |
|
4 |
instrumentarium |
0 |
0 |
9 |
36 |
9 |
36 |
|
4 |
digitaal vaardige medewerkers |
0 |
0 |
3 |
12 |
3 |
12 |
|
4 |
tijd beschikbaar |
0 |
0 |
3 |
12 |
3 |
12 |
|
4 |
budget beschikbaar |
0 |
0 |
9 |
36 |
9 |
36 |
|
4 |
KM in inwerkprogramma's |
0 |
0 |
9 |
36 |
9 |
36 |
|
3 |
systematische kennisoverdracht |
0 |
0 |
9 |
27 |
9 |
27 |
|
3 |
ontwikkeling kennisbanken |
1 |
3 |
9 |
27 |
9 |
27 |
|
2 |
bijdrage in kenniscirculatie |
1 |
2 |
9 |
18 |
9 |
18 |
|
|
totaal |
|
5 |
|
348 |
|
324 |
L-matrix eisen
· ontbreken van een visie en doelstellingen op het gebied van kennismanagement;
· kennismanagement heeft geen prioriteit;
· het ontbreekt aan instrumentarium, en