Michael Porter ontwikkelde het vijfkrachtenmodel,
een veelgebruikt model voor de externe analyse, waarbij hij na onderzoek tot de conclusie komt dat er vijf krachten bestaan
die de rentabiliteit/opbrengstmogelijkheid van een onderneming bepalen. Deze vijf krachten zijn:
1.
De macht van leveranciers,
2.
De macht van afnemers,
3.
De mate waarin substituten en complementaire goederen/aanvullende goederen verkrijgbaar zijn,
4.
De dreiging van nieuwe toetreders tot de markt,
5.
De interne concurrentie op de markt.
Het model heeft als doel het winstpotentieel
van een markt te bepalen. De krachten en daarmee de kans op winsten lopen per markt sterk uiteen. De analyse beoogt inzicht
te bieden in marktverhoudingen en –dynamieken. Zo kan de analyse bijvoorbeeld laten zien dat er een te grote afhankelijkheid
van één van de leveranciers ontstaat.
1.
De macht van leveranciers
Leveranciers kunnen macht uitoefenen door
te dreigen met verhoging van kosten of verlaging van kwaliteit. De macht hangt af van
(1) de hoeveelheid leveranciers,
(2) de hoeveelheid substituten,
(3) het belang van de bedrijfstak voor de
leveranciers,
(4) de overstapkosten,
(5) de standaardisatie van het product, en
(6) de mogelijkheden van verticale integratie
(leveranciers kunnen het product van de bedrijfstak zelf gaan produceren, of spelers in de markt kunnen zelf het product van
de leverancier gaan produceren).
2.
De macht van afnemers
Wanneer afnemers veel macht hebben kunnen
zij de prijs onder druk zetten door concurrenten tegen elkaar uit te spelen. De macht van de afnemers hangt af van
(1) het deel van de omzet dat door de afnemer
wordt afgenomen,
(2) het belang van het product voor de afnemer,
(3) de mate van standaardisatie van het product,
(4) de overstapkosten,
(5) de winsten van de afnemers,
(6) de dreiging van verticale integratie,
(7) het belang van het product van de bedrijfstak
voor de kwaliteit van het product van de afnemer, en
(8) de mate waarin de koper geïnformeerd
is over de vraag, marktprijzen en kosten binnen de bedrijfstak.
3.
De mate waarin substituten en complementaire goederen verkrijgbaar zijn
Alle ondernemingen concurreren in brede zin
ook met andere bedrijfstakken waar substituten worden geproduceerd. Deze substituten beperken de potentiële opbrengsten voor
een bedrijfstak. De complementaire goederen vertonen een positieve correlatie met de markt. Wanneer bijvoorbeeld DVD’s
voor consumenten steeds aantrekkelijker worden (bijvoorbeeld door dalende prijzen), dan zal dit een gunstig effect hebben
op de markt voor DVD-spelers.
4.
De dreiging van nieuwe toetreders tot de markt
Nieuwkomers in een bedrijfstak streven naar
marktaandeel en zorgen voor extra capaciteit. De prijzen kunnen hierdoor dalen of de kosten van de huidige ondernemingen kunnen
hoger worden. Beide effecten hebben een negatief effect op de winstgevendheid. De kans dat nieuwe toetreders de markt betreden
hangt af van de bestaande toetredingsbarrières en de reactie van bestaande concurrenten op de nieuwkomer.
De zes belangrijkste toetredingsbarrières
zijn: Schaalvoordelen: schaalvoordelen zorgen voor een barrière omdat nieuwkomers gedwongen worden tussen een intrede op grote
schaal of op kleine schaal met hogere kosten als gevolg. Productdifferentiatie: wanneer gevestigde ondernemingen merkbekendheid
en loyaliteit van klanten genieten, moeten nieuwkomers veel investeren om hier tegenop te boksen. De hoeveelheid benodigd
kapitaal: in sommige sectoren is enorm veel kapitaal nodig voordat de productie kan beginnen. Dit levert een grote barrière
op voor nieuwkomers. Overstapkosten: overstapkosten zijn de éénmalige kosten die klanten hebben wanneer ze overgaan naar een
andere leverancier. Wanneer deze kosten heel hoog zijn, zijn klanten moeilijker over te halen om over te stappen naar nieuwkomers
Toegang tot distributiekanalen: wanneer de logische distributiekanalen allemaal zijn voorzien door huidige ondernemingen zal
het nieuwkomers veel geld en moeite kosten om hun producten in de gangbare verkoopkanalen te distribueren. Het beleid van
de overheid: de regering kan toetreding tot een bedrijfssector beperken of geheel sluiten door maatregelen als licentieverplichtingen.
5.
De interne concurrentie van spelers op de markt
Wanneer de interne concurrentie (concurrentie
tussen de huidige ondernemingen in de markt) hoog is door bijvoorbeeld hoge uittredingsbarrières, grote strategische risico's
(er staat veel op het spel), weinig differentiatie en lage overstapkosten, hoge vaste lasten en opslagkosten, lage groei of
gelijkwaardige concurrenten, kunnen de marges zwaar onder druk liggen. Hierdoor is de winstgevendheid laag en kunnen ondernemingen
in dergelijke markten fel reageren op mogelijke nieuwkomers.
Positionering
De kern van het formuleren van een concurrentiestrategie
ligt in het positioneren/ in de markt plaatsen van de onderneming in de bedrijfstak. Een goede positionering is er één van
waaruit de onderneming zich kan verdedigen tegen deze concurrentiekrachten of ze ten gunste van de onderneming kan laten werken.
De mogelijkheden en de te voeren strategieën om deze positie te bereiken worden in grote mate beïnvloed door de structuur
van de bedrijfstak waarin de onderneming opereert.
Bron:
123management.nl