Volgens Gaspersz en Ott wordt employability van werknemers
bepaald door drie factoren:
• Kennis en vaardigheden die hen goed inzetbaar maken,
• Bereidheid om van functie te wisselen, zowel binnen
als buiten de
onderneming,
• Kennis van de arbeidsmarkt om te weten waar en hoe
zijn hun vermogen
kunnen aanbieden.
Sleutelwoorden bij employability zijn: kunnen, willen en
weten. Deze factoren vormen samen het concept employability. Volgens Gaspersz en Ott zouden deze drie factoren elkaar beïnvloeden
en versterken.
Ook Metselaar en Boom hanteren een gelijksoortige indeling.
Zij stellen dat het gaat om inzetbaarheid, mobiliteit en arbeidsmarkt. Wat dat betreft is veel literatuur eenduidig over dit
onderwerp. Om employability te visualiseren maken Metselaar en Boom gebruik van een model waarin bouwstenen zijn verwerkt
die de employability zouden bepalen.
In het model is de aanleiding de eerste bouwsteen: dit is
de trigger voor de verdere opbouw van dit model. De mobiliteits- en opleidingsbereidheid bepalen voor een groot deel de mogelijkheden
die er zijn. Zo kan een loopbaan een nieuwe impuls krijgen door (tijdelijk) op een andere locatie te werken, of kan door het
volgen van een opleiding de loopbaan een nieuwe wending krijgen. Om een goede inschatting te kunnen maken van de mogelijkheden,
functies en taken waar een werknemer voor in aanmerking kan komen is het belangrijk dat de werkervaring en gevolgde trainingen
en opleidingen geïnventariseerd worden.
Kortom, deze bouwstenen bepalen de inzetbaarheid.
Wat de werknemer doet met zijn of haar inzetbaarheid wordt
bepaald door de kwaliteit van het psychologisch contract met de organisatie. De bouwsteen inzicht in de arbeidsmarkt is de
laatste bouwsteen die invloed heeft op de mobiliteit. Door een realistisch inzicht in de arbeidsmarktkansen kan de werknemer
immers inhoud geven aan de eventuele mobiliteitsplannen.
Het model kent een kop, romp en staart. De onderdelen die
hierbij horen vormen van links naar rechts een keten van oorzaken en factoren.
Het model kan gebruikt worden als een leidraad in het gesprek
met de individuele medewerker om zodoende de wederzijdse verwachtingen inzichtelijk te krijgen.