managementmodellen

Cultuurtypologieën Handy

Overzichtspagina
Scans & testen
Tools
Checklists
Artikelen
7S-model
Aandachtsparabol management
Activity Based Costing
ADOF-model
Adviesbenaderingen
Ansoffmatrix
Appreciative Inquiry
Ashridge-model
Balanced Score Card
BART
BCG-matrix
Bedrijfskolom
Bekwaamheid en bewustheid
Benchmarking
Berenschot
Bestanddelen interventie
BSC Strategiekaart
Basisomgevingen van een organisatie
Basisredenering motivatie
Begeleidingsstijlen
Beloningssystematiek
Bewust en onbewust gedrag
Business control model
Business Definition Abell
Business Intelligence
Business maturity model
Business Model Canvas
Businessplanning-proces
Competentiemanagement
Competentiemodel
Concurrerende waarden
Coördinatiemechanismen Mintzberg
Cultuurniveaus Schein
Cultuurtypologieën Handy
Curve steun aan de verandering
Denkhoeden De Bono
DESTEP
Doel-methodematrix
DOR-model
DMAIC-cyclus
Driehoek van Miller
Duivelsdriehoek
Dynamisch veld leren
Effectief teamfunctioneren
Employability-model
Enneagram
ESH-model
Formele en informele organisatie
Geïntegreerd VeranderManagement
Geïntegreerd model verandermanagement
Generatiemanagement
Goalsettingtheorie van Locke en Latham
Greiner
GROW-coachingmodel
HNW Nieuwe Werken
Horizontale en verticale taakspecialisatie
HR-cyclus
Hulp bedrijfs(ver)koop
IC-architectuur model van Maes
Ik-wij-het-model van Ofman
INK-model
INK-model en BSC
INK-model in PCDA-cirkel
Input throughput output
Interacting spheres model
Interrelatiediagram
Interventiemodel op basis van belangen
Intervisie
IRP-driehoek communicatie
Ishikawa-diagram
Kennisconversie
Kennisspiraal Nonaka
Kennisstroom in een organisatie
Kernkwadranten
Kernwaardenmix
Klantenpiramide Curry
Klantgerichtheid 7C-model NewRatio
Klantmatrix
Klanttevredenheid model Thomassen
Klanttevredenheid model Zeithaml
Klaverbladmodel
Kleurenmodel De Caluwe
Klokmodel van Looten
Kosten
Krachten cultuurverandering
Krachtenmodel van Porter
Krachtenveldanalyse
Kwadrant van Eisenhower
L-matrix
Large scale interventions
Leerpiramide van Bales
Leerstijlen Kolb
Leiderschapsdiagram
Leiderschapsrollen
Leidse octaëder
Levensfasen van een organisatie
Lewins model van organisatieverandering
Lineair faseringsmodel
Logische niveaus van Dilts
MABA-analyse
Managementoriëntatie
Managementstijlen Kolb
Marktoriëntatiemodel Narver & Slater
Marktsegmentatie
MBTI
MDC-positioneringsmodel
Merkenmanagement
Micro meso macro
Missie
Model Keuning en Eppink
Model Knoster
Motivatiemodel naar Vroom, Porter en Lawler
Onderhandelen
Onderzoeks-ui
Ontwikkeling kenniswerkers
Organisatie-eenheden Mintzberg
Participatieladder
Participatieparadox
PDCA-cyclus
People planet profit
Performancegericht HRM
Persoonlijke vernieuwing
Piramide van Maslow
Portfolio en besturingsstijl
Prestatie Afstemmings Model
Prince2
Prince2-componenten
Proactief handelen
Probleemkwadrant
Processen
Proces en functie
Productportfolio
Projectcontract
Projectschillen
PvE-boom softwarepakket
Quint2
Reflectiemodel Gibbs
Reflectiemodel Korthagen
Resource based view of the firm
Roos van Leary
Rouwcurve
Ruit van Engelsen
Sales-funnel
Schillenmodel authentiek leiderschap
SMART
Sociale-interactieruimte van Bales
Stakeholders
Strategie
Strategie als rationeel proces
Strategie als intuïtief proces
Strategie als 'balanced' proces
Strategieversnelling
Strategie turbulentie vs complexiteit
SWOT-analyse
Teams algemeen
Teameffectiviteitsmodel
Teamontwikkeling Tuckman
Teamrollen
Toepassingen E-HRM
Tolmodel
Typologie cultuur Sanders
Ui-model bedrijfscultuur
Uitkomsten interventie
Unbundling-model
Veranderen en communicatie
Veranderen vlgs Fullan
Veranderstrategie Mars
Vier perspectieven strategieontwikkeling
Vijf krachten verandering Mars
Visie
Waardedisciplines
Waarde-innovatie
Waardeketen Porter
Weerstandsperspectief
Wensen en impulsen
Werken met causale diagrammen
Wissema: externe omgeving
Work Breakdown Structure
Zesfasenmodel Brinkerhoff
Zevenkrachtenmodel
Citaten
Contact
Tevreden bezoekers

Zie ook de 'DHZ cultuuranalyse van Handy' onderaan deze pagina!

modelcultuurtypologiehardy.jpg

Handy stelt dat de cultuur van de organisatie niet los gezien kan worden van overige aspecten van die organisatie. Met name de cultuur en structuur zouden sterk met elkaar verbonden zijn.

Handy komt tot een indeling in vier verschillende typologieën:

A. Machtscultuur (Zeus)

Alle macht in deze organisatie wordt gelokaliseerd bij de topfiguur. De topfiguur is over het algemeen een zeer charismatisch persoon en zijn medewerkers zijn trouw en loyaal aan hem en het bedrijf. Omdat de medewerkers hetzelfde denken als de topfiguur zijn er weinig regels en procedures nodig. De organisatie is zeer flexibel en volgt de grillen van de topfiguur.

B. Rollencultuur (Apollo)

De activiteiten worden grotendeels door procedures bepaald. Hierbij gaat het zowel om het werk, individuele functies als om de communicatie tussen afdelingen. De functie of rol is belangrijker dan de persoon die hem vervult. Mensen worden gewaardeerd op basis van hun prestaties binnen hun rol. De macht ligt dan ook niet bij een persoon, maar bij de rol die hij bekleedt. Kernwoorden van dit cultuurtype zijn veiligheid, stabiliteit, behoudzucht en voorspelbaarheid.

C. Taakcultuur (Athene)

De leden van de organisatie zijn met name gericht op het oplossen van problemen of het goed tot uitvoer brengen van taken of projecten. De leden vertrouwen op de expertise van hun collega’s en zichzelf. Vaak worden er tijdelijke teams gevormd om een taak te volbrengen. De directie heeft slechts indirect invloed op de teams waardoor slechts beperkte sturing van het resultaat mogelijk is. De macht is niet verbonden aan een bepaalde persoon of functie maar is verspreid over de hele organisatie en concentreert zich op bepaalde knooppunten. Kernwoorden zijn taakgericht, probleemoplossend vermogen en professionaliteit.

D. Personencultuur (Dionysus)

In de personencultuur staat de organisatie geheel in dienst van de mensen die er werken. De personencultuur komt begrijpelijkerwijs nauwelijks voor in zijn pure vorm. Dit aangezien de meeste bedrijven doelen hebben die de individuele doelen van medewerkers te boven gaan. Alle macht wordt ontleend aan kennis en expertise, andere vormen van macht worden niet geaccepteerd. De leden vervullen taken die ze goed aankunnen en waar ze belangstelling voor hebben. Voorbeelden van dergelijke organisaties zijn kibboetsen en hippiecommunes. Indien een bedrijf een personencultuur heeft is dit meestal van korte duur, hierna gaat ze over in één van de andere culturen.

download jpeg

download powerpoint

Download de spreadsheet.

downloadlink voor de cultuurtest van Handy

modelcultuurtesthandy.jpg

Zet een 'x' bij de stelling die het meest past bij de huidige situatie. Vervolgens zet je een 'x' bij de stelling die het meest past bij de gewenste situatie. Onderaan de test ontstaat automatisch een grafiek. Met een printopdracht krijg je de grafiek met een stukje uitleg in tekst op één A4.

modelgrafiekcultuurtypologieenhardy.jpg

Voor je organisatie heb je op basis van onderzoek het huidige cultuurprofiel en het gewenste cultuurprofiel in kaart gebracht. Het cultuurprofiel wordt in een grafiek weergegeven.  Let op: er is geen enkel cultuurprofiel dat per definitie goed of fout is. Het is ook niet zo dat het gewenste cultuurprofiel ook daadwerkelijk nagestreefd moet worden. De grafiek helpt om met elkaar over het thema cultuur binnen je organisatie te praten.

Laat je verleiden!
De google-advertenties op deze pagina leiden je wellicht naar andere interessante bronnen.

De bovenstaande test is gebaseerd op onderstaande stellingen.
 
 

Als iemand in uw bedrijf een verschil van mening heeft met een collega, dan:

a

discussiëren zij erover, ieder doet na de discussie wat hem het beste lijkt.

b

gaan ze samen na wat het beste voor het bedrijf is en doen dat dan zo.

c

leggen zij het conflict voor aan hun chef, die de beslissing neemt.

d

ontstaat er een debat, waarin de beste man wint.

Als er voor uw bedrijf een voordeeltje met risico's te halen valt, maar er moeten daarvoor een paar regels en procedures tijdelijk buiten werking worden gesteld, dan:

a

begint ieder die ermee te maken heeft snel informatie te verzamelen en de haalbaarheid te toetsen; als alles positief lijkt (en de kans is nog niet verkeken) doen we het.

b

doen we het alleen als het redelijkerwijze kan, alle regels overboord zetten kun je ook niet doen.

c

grijpt de directeur in, beslist om het al of niet te doen en zegt iedereen wat hij moet doen en laten.

d

is er meestal alleen belangstelling van de groep als het een interessante klus is, overigens heeft natuurlijk niemand bezwaar en zal helpen zoveel hij kan.

De redenen waarom mensen in mijn organisatie zich inspannen zijn voornamelijk:

a

omdat de klus klaar moet en je daar met z'n allen voor staat.

b

omdat er van je verwacht wordt, datje regelmatig doorwerkt en een faire prestatie levert.

c

omdat het werk je belangstelling heeft en het een stuk van jezelf is geworden.

d

omdat je in de organisatie alleen wat bereikt als je er hard tegenaan gaat, bovendien krijg je je baas op je nek als je er niet aan trekt.

Als iemand in mijn organisatie ruzie heeft met zijn chef, dan:

a

is er een beroepsprocedure die hij kan volgen om een bindende uitspraak te krijgen.

b

is het de vraag of dat voor het werk belangrijk is, zo ja, dan zorgen we er voor dat de ruzie wordt bijgelegd.

c

zal hij misschien proberen de chef er onder te krijgen, maar meestal geeft hij toe.

d

zullen we met hen praten en hen helpen de zaak op te lossen, maar als dat niet lukt, zullen ze elkaar voortaan wel ontlopen, of de man zoekt een andere baan.

Als iemand niet meer tevreden is met zijn baan, zal hij gewoonlijk:

a

ander werk gaan doen of een andere baan zoeken.

b

een andere bijdrage leveren binnen het totale te verrichten werk.

c

een verzoek om verandering of overplaatsing doen aan zijn chef of personeelszaken.

d

voor promotie vechten.

Als om een bepaald doel te bereiken iemand in de organisatie de schuld op zich moet nemen, of schade leidt, of tekort moet worden gedaan, dan:

a

hangt het ervan af of het een hoge of een lage functionaris betreft. Bij een hoge en machtige man gebeurt het niet zo gauw, bij een lage man met weinig invloed gebeurt het eerder.

b

helpen we de man dat te accepteren. als hij dat niet kan, gebeurt het niet of anders zal hij wel weggaan.

c

is dat jammer voor de persoon in kwestie, maar die moet dan maar door de zure appel heen bijten.

d

wordt nagegaan of er een tegemoetkoming kan worden gegeven en wat er in vorige gevallen is gedaan, afhankelijk daarvan gebeurt het of gebeurt het niet.

Als een concurrent ons een project dreigt af te pikken, dan:

a

dan is dat vervelend voor de degene die er zich druk over heeft gemaakt; we helpen hem dan natuurlijk ook; maar als hij het project niet kan houden, zal hij wel een ander leuk project vinden.

b

duurt het even voordat we reageren, maar dan zetten we alles op alles om met een goede strategie te reageren; soms is het verstandig een andere klus aan te pakken, soms kunnen we de aanpak van ons project verbeteren en zo de buit binnenhalen.

c

kunnen we protesteren, maar als hij een betere aanbieding heeft zal dat weinig helpen, bovendien beslist de klant tenslotte.

d

proberen we hem direct een spaak in het wiel te steken, goedschiks of kwaadschiks moeten we hem eronder houden.

Als iemand niet zo goed meer mee kan, dan:

a

accepteren we dat hij minder werk gaat doen en helpen hem dat te aanvaarden.

b

krijgt iemand anders zijn baan en hij gaat eenvoudiger werk doen als dat er is.

c

zal hij gewoonlijk worden weggepromoveerd of overgeplaatst.

d

zal hij zich verschansen en een sterke positie proberen te vinden om terug te vechten.

Als er vrij plotseling een leidende functionaris uitvalt en er moet iemand worden gepromoveerd, dan:

a

moeten we iemand kiezen, die als leider qua kunde en persoon het vertrouwen van de mensen heeft.

b

wijst de directie iemand aan die zij geschikt en competent acht.

c

wordt gewoonlijk de naaste medewerker benoemt, die er het langst is - hij moet dan natuurlijk wel de juiste papieren hebben en goede beoordelingen.

d

zoeken we een man die deze baan goed aankan en die de zaak goed bij elkaar kan houden.

Als er sprake is van het invoeren van een verandering in de werkomstandigheden (bijvoorbeeld flexibele arbeidstijden invoeren), dan:

a

gaan we na wat dit inhoudt en betekent - kan het en wil men het, dan gebeurt het - terwijl we onderling een regeling maken voor het opvangen van de problemen.

b

hangt het ervan af wat de directie vindt; als zij het schadelijk acht, probeert zij in onderhandeling met de ondernemingsraad/MC de invoering tegen te houden of te beperken; als zij het niet schadelijk acht, staat zij het binnen redelijke grenzen toe.

c

is het de vraag of mensen daardoor beter -uit de voeten kunnen - zij die dat vinden zullen er wel gebruik van maken, anderen niet.

d

wordt er overlegd - waarschijnlijk wordt er een gemengde commissie ingesteld die een voorstel doet.

Wij delen graag onze kennis met jou. Deel ook en wijs anderen op deze site!

www.managementmodellensite.nl

www.managementmodellensite.nl

For Email Marketing you can trust

www.managementmodellensite.nl

Doorzoek de site met eigen zoekwoorden!

De site 'Managementmodellensite' is powered by GertJanSchop.com & Bizz-Company.
 
Deze site heeft een directe relatie met onder ander de sites 'Artikelenbase', 'Organisatieanalyse', 'Projectmanagement', 'Effectiviteit' en 'Belemmeringen in een veranderproces'.
 
Internet is het communisme op het gebied van informatie. Iedereen is gelijk en iedereen krijgt evenveel (namelijk alles). De informatie op deze site is vrij te gebruiken. Let op wel op een goede bronvermelding.
 
Kennis is niet om te vergaren maar om te delen.