Mintzberg onderscheidt zes
fundamentele manieren om de werkzaamheden binnen een organisatie te coördineren:
· onderlinge afstemming, coördinatie door informele communicatie;
· rechtstreeks toezicht, coördinatie door orders van één persoon aan anderen;
· standaardisatie werkprocessen, coördinatie door specificeren van de werkzaamheden;
· standaardisatie resultaten, coördinatie door specificatie van de resultaten van werkzaamheden;
· standaardisatie bekwaamheden en kennis, coördinatie van verschillende werkzaamheden door opleiding
van de uitvoerders;
· standaardisatie van normen die het werk beïnvloeden, doorgaans voor de gehele organisatie.
Mintzberg hanteert ook nu
weer een model om het verband tussen de omvang van een organisatie en de complexiteit weer te geven. Volgens Mintzberg kunnen
we stellen dat hoe ingewikkelder het werk wordt, hoe meer een organisatie overgaat op standaardisering. Tegelijkertijd stelt
Mintzberg dat in de praktijk de verschillende coördinatiemechanismen naast elkaar voorkomen, maar dat één coördinatiemechanisme
overheersend is.